Het
rijksmonument werd aangekocht om na restauratie en herinrichting in gebruik
te nemen als kantoor en privé-woning.
In de voorgevel van het pand bevindt zich een
kleine gevelsteen, die een aanwijzing vormt voor de lange geschiedenis van
het pand. De tekst “Non nobis sed posteris Ao 1656” (niet voor ons maar
voor ons nageslacht) is een toepasselijk motto voor een monument van dit
kaliber.
De
steen getuigt van een meer dan 346 jarige geschiedenis, die aanvangt met
een dan al uit omstreeks 1550 daterende huis op het diepe perceel tussen
het Havenpark en de Hoge Molenstraat. Dit huis is in 1656 naar achteren toe
verlengd, waardoor het in omvang verdubbelde. In de 18e en 19e
eeuw werd het tot de huidige omvang uitgebreid met twee kleinere huizen aan
de linker zijde.
Het
restauratieplan omvatte de verwijdering van de indeling uit de tweede helft
van de twintigste eeuw, de opschoning en overkapping van de inpandige
binnenplaats, het toevoegen van een centrale trap en het volledig opnieuw
afwerken van het interieur.
Na
een jaar restauratiewerk door aannemersbedrijf Quant te Zierikzee werd het
pand in 2003 betrokken.